‘Het voelt eigenlijk gewoon als thuis’
Dat zegt Door Nabben, die sinds kort samen met haar man Jan bij La Providence woont. Beiden 85 jaar en voorheen zelfstandig wonend in Blerick. Jan was de dragende kracht thuis en zorgde ook voor Door, die beginnende dementie heeft. Tot de dag dat Jan een hersenbloeding kreeg en in het ziekenhuis belandde. Toen werd alles anders. Jan, Door en hun zoon Fred vertellen erover.
‘Een heftige tijd’, zegt zoon Fred. ’Van twee ouders die helemaal hun eigen leven leiden, beland je ineens volop in de regel- en zorgmodus. Toen duidelijk werd dat pap niet langer thuis kon wonen, zochten we een fijne plek voor hem. Het liefst een plek waar mam bij kon wonen. We keken rond en kwamen zo ook bij La Providence binnen. We wisten gelijk, dit is de juiste plek. De hele benadering en de betrokkenheid hier spraken enorm aan. De ontvangst, de duidelijke uitleg, hoe bewoners hier overal bij betrokken worden.’
We zien elkaar elke dag
‘We bekeken allereerst of mam en pap samen in een zorgappartement zouden kunnen wonen, maar dat was voor beiden niet de beste oplossing. Pap krijgt dan te veel prikkels, waardoor hij zich afsluit en dat is voor mam moeilijk te snappen. Dat geeft frustratie aan beide kanten, dus zijn we voor de optie gegaan om apart te wonen; pap in een zorgappartement en mam op de Driesprong, een kleinschalige woongroep voor mensen met dementie.’ ‘We wonen en eten apart, maar zien elkaar elke dag’, zegt Jan. ‘In de ochtend na het eten, ga ik naar Door toe.’ ‘Na de warme middagmaaltijd rust Jan graag eerst even uit’, vult Door aan. ‘Daarna komen we weer samen en gaan beneden zitten of net waar we zin in hebben.’
Fysiotherapie is favoriet
Op de vraag hoe het hier bevalt, zegt Jan meteen: ‘Schitterend! Alles is hier fijn. Mijn favoriete activiteit is de fysiotherapie, daar ga ik zó graag naartoe. Die oefeningen zijn een mooie uitdaging voor mij. En liedjes zingen; met 18 man aan een tafel, dat is genieten.’ Door vervolgt, ‘ik vind het fijn om kaarten te borduren, daar kan ik me echt in verliezen. We kunnen onze eigen gang gaan hier en ze helpen ons met wat we niet meer kunnen.’
Kleine dingen maken het verschil
Fred: ‘Het gemoedelijke en de betrokkenheid, die springen er echt uit hier. Ze kennen je, spreken je aan met de voornaam. Ook zo mooi: toen mam hier kwam wonen, kreeg ze een bordje met foto bij haar deur en werd er aan haar gevraagd of ze bij de voornaam genoemd mag worden. Dat soort persoonlijke, kleine dingen, die maken het verschil. ‘Je voelt je er dan ook meer bij horen’, zegt Door. Zoon Fred vervolgt: ‘La Providence werkt met Caren Zorgt; een digitale omgeving waarin de zorgplannen van pap en mam staan. Ik kan daarin kijken en lees daar bijvoorbeeld ook als mam niet zo’n fijne nacht gehad heeft, omdat ze lag te piekeren. Het is prettig en een geruststelling om zo bij hun dagelijks leven betrokken te blijven.’
Niemand kijkt raar op
‘Bij La Providence kan zoveel. Laatst hadden pap en mam een feestdag van de visclub. We haalden ze om 15.00 uur op en om 20.30 uur weer terug. Kan allemaal, er is niemand die daar raar van opkijkt. Ook de kleinkinderen kunnen lekker langskomen.’ ‘Mijn goudstukken’, glundert Door. Jan vervolgt: ‘Dan gaan we samen naar het restaurant, drinken een kopje koffie met een plakje cake en kletsen dan lekker bij.’
Met de neus in de boter
‘Het geeft zoveel rust dat mijn ouders hier wonen’, zegt Fred. ‘Ze zijn hier vele malen gelukkiger dan ze hadden kunnen denken. We hebben vooraf goed kunnen uitleggen wat onze wensen zijn. Natuurlijk kun je niet op alles inspelen, maar ik durf te zeggen dat we meer gekregen hebben dan we gevraagd hadden. Pap en mam samen in 1 huis, waar ze kunnen doen en laten wat ze willen. Ik zeg het ze nog iedere keer: jullie zijn echt met je neus in de boter gevallen.’ ‘Ja’, besluit Door, ‘het voelt eigenlijk gewoon als thuis.’